| Naam | Beschrijving |
| Master objecten | 1-malig vastgestelde business objecten (1 plek van waarheid) die onderwerp is in transacties |
| Conditionele objecten | Business objecten waarin voorwaarden zijn vastgelegd waarmee processen gestuurd worden. |
| Referentie objecten | Classificeert business objecten via (buiten dit domein) bekende waardes (codetabel). |
| Adres | De aanduiding van een bepaalde locatie, doorgaans van een huis, woning, gebouw of faciliteit, op de aarde. |
| Business Partner | |
| Commercieel Contract | De in de (commerciële) administratie van de opdrachtgever (inkoop) resp. dienstverlener (verkoop) vastgelegde overeenkomst tussen de opdrachtgever en de dienstverlener voor de levering van commerciële producten of diensten tegen nader overeengekomen condities (tarieven, levertijden, betaaltermijnen etc). Kan zowel tussen PostNL en externe organisaties zijn als tussen bedrijfsonderdelen van PostNL. |
| Commercieel Product | Het geheel van goederen, diensten, productlijnen/ groepen en merken dat PostNL aanbiedt op de markt om te voorzien in een specifieke behoefte. Een individueel product bestaat uit de kleinste losse eenheid die geprijsd kan worden, eventueel aan te vullen met extra diensten. |
| Consent | Verleende toestemming van de consument aan PostNL om bepaalde persoonsgegevens op een bepaalde manier te verwerken. |
| Consument (van PostNL) | Een natuurlijk persoon die een product of dienst afneemt (koopt of verbruikt). |
| Consument Account | Digitale identiteit van de consument. |
| Consument Profiel | Beschrijving van de kenmerken van een consument, van invloed op de communicatie met de consument. |
| Digitaal Touchpoint | |
| Digitale Identiteit | De gegevens in elektronische vorm die worden toegevoegd aan of op logische wijze verbonden met andere elektronische gegevens en fungeren als uniek kenmerk van de digitale identiteit van de persoon. |
| E-mail Adres | Unieke identificatie van een e-mail box, bestaande uit een gebruikersnaam gevolgd door een @ en een domeinnaam. |
| Funnel | |
| Fysiek Touchpoint | |
| Logistiek item | Is een goed in het kader van de AVG of een poststuk in het kader van de AVP. Voorbeelden hiervan zijn: brief, pakket, collo, pallet of rolcontainer. Een logistiek item bevat altijd een identificatie en een bezorgadres. Bevat een S10, 3S en/of commerciële barcode. |
| Machtiging | |
| Persoon | Zelfstandig optredende entiteit |
| PostNL Diensten Locatie | |
| Privacy Verzoek | |
| Rapportage objecten | Business objecten gepubliceerd in rapporten en andere vormen van presentatie. |
| Segment | Door PostNL opgestelde categorie waartoe een consument kan behoren. Een segment faciliteert personalisatie en targeting bij interactie met de consument. |
| Tijdvak Indicatie | Tijdvak rond puntlanding (ETA) die met de klant wordt gecommuniceerd. |
| Transactionele objecten | Business objecten die een gebeurtenis beschrijft resp. waarmee een gebeurtenis plaatsvindt. |
| Verkoop Order | Een verkoop order is de acceptatie van de 'inkoop order' van de klant door commercie. |
| Verwerkings grondslag | |
| Voorkeur | Voorspelde of door de consument aangegeven voorkeuren in relatie tot producten of diensten van PostNL. |
| Vraag / Claim / Klacht | |
| Zending | |
| Zending Categorie | Weight / Industry / Volume |