Data gedreven werken vereist betrouwbare data. Goed ingericht Datamanagement is daartoe een vereiste waarbij het bedrijfsbreed in beeld hebben van de data een belangrijke stap is. De basis hiervoor is het Enterprise Business Object Model.
Het Enterprise Business Object model toont de belangrijkste business begrippen en hun definitie. Business Objecten kunnen worden gerealiseerd door Data Objecten (is de verschijningsvorm in de IT) en zijn daarmee het Data Architectuur framework voor de ontwikkeling van:
• Data gedreven innovaties
• Data Eigenaarschap
• Masterdata Management
• Organisatie breed gegevensmodel
• Vaststellen System of Record, Data Lineage etc.
| Naam | Beschrijving |
| Aandeelhouder | Bezitter(s) van aandelen, en daarmee gedeeltelijk eigenaar van de organisatie. |
| Aansprakelijkheidsstelling | Verplichting om de nadelige gevolgen van een gebeurtenis te dragen. |
| Afdeling | Samenstelling van formatieplaatsen met een bepaald business doel waar iemand resultaatverantwoordelijk voor is. Een afdeling is opgebouwd uit formatieplaatsen; een business unit/ bedrijfsonderdeel bestaat uit afdelingen. |
| Applicatie | Een computerprogramma geschikt voor eindgebruikers en dat benaderd wordt door digitale identiteiten. Soorten applicaties zijn: Business Applicatie, Persoonlijke Applicatie, Kantoor Applicatie, Procesautomatisering, Leveranciers Applicatie. |
| Arbeidsovereenkomst | Overeenkomst op grond waarvan een werknemer ten behoeve van de werkgever onder diens leiding persoonlijk arbeid verricht en de werkgever de werknemer hiervoor beloont. |
| Autorisatie | De binnen de applicatie aan een account toegekende rechten tot het gebruik van applicatie functionaliteit en data van die applicatie. |
| Bank | Financieel instituut waarvan PostNL financiële diensten afneemt. |
| Bedrijf | PostNL Bedrijf; een zelfstandige juridische eenheid binnen het PostNL-concern. |
| Bedrijfs Locatie | Een fysieke locatie van PostNL in eigendom of gehuurd ten behoeve van gebruik. Bedrijfslocatie: een fysieke afgebakende ruimte waar een of meer bedrijfsprocessen kunnen plaatsvinden. De inrichting van de locatie is meestal afgestemd op de bedrijfsprocessen. Het is mogelijk dat een locatie zich bevindt in een andere locatie. |
| Bedrijfs middel | Fysiek middel dat wordt gebruikt voor de uitvoering van verschillende bedrijfsprocessen. Bijvoorbeeld: sorteermachine, rolcontainer, fiets, vrachtwagen, handterminal. |
| Belasting vordering | Heffing van overheidswegen op ingezetenen om te voorzien de kosten van openbare voorzieningen en het bestuur. |
| Betaling | Financiele transactie |
| Beveiliging | Beveiligingsmaatregelen, autorisatie en controle van de toegang tot digitale en fysieke middelen (ook panden) van PostNL en die gebruikt worden voor uitvoering van de bedrijfsprocessen van PostNL. |
| Bezit | Een item, ding of entiteit die potentiële of actuele waarde heeft voor een organisatie. |
| Business Platform | Een digitaal gedreven organisatiemodel (eco-systeem) dat gebruik maakt van gestandaardiseerde organisatiebouwstenen: technologie, infrastructuur, communicatie, werkafspraken, standaarden, protocollen, etc. |
| Capaciteit | Het beschikbare vermogen van middelen en mensen die te benutten zijn voor logistieke diensten, uitgedrukt per tijdseenheid, in aantallen. |
| Case | Een vraag, verzoek of klacht van een klant. |
| Cloud | De combinatie van een applicatie hosting omgeving of platform en een inricht- en beheerpartij. Voorbeelden Sogeti@AWS, Deloitte@SalesForce, PostNL@AWS. |
| Commercieel Contract | De in de (commerciële) administratie van de opdrachtgever (inkoop) resp. dienstverlener (verkoop) vastgelegde overeenkomst tussen de opdrachtgever en de dienstverlener voor de levering van commerciële producten of diensten tegen nader overeengekomen condities (tarieven, levertijden, betaaltermijnen etc). Kan zowel tussen PostNL en externe organisaties zijn als tussen bedrijfsonderdelen van PostNL. |
| Commercieel Product | Het geheel van goederen, diensten, productlijnen/ groepen en merken dat PostNL aanbiedt op de markt om te voorzien in een specifieke behoefte. Een individueel product bestaat uit de kleinste losse eenheid die geprijsd kan worden, eventueel aan te vullen met extra diensten. |
| Communicatie kanaal | De middelen en routes die voor klanten beschikbaar zijn voor communicatie met PostNL. |
| Consolidatie & Rapportage structuur | De structuur van samenvoeging van de administratie van verschillende bedrijven en de bijbehorende rapportage. |
| Consument | Een natuurlijke persoon die goederen of diensten van PostNL consumeert voor doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen |
| Crediteur | Een business partner (leverancier) of persoon aan wie moet worden betaald voor het leveren van een goed of een dienst. |
| Customer Order | Customer order is een opdracht aan Logistieke Regie om activiteiten uit te voeren die onder het contract vallen (in administratie van Commercie en NetwerkRegie). De opdracht komt van een Klant en is aan PostNL. Of komt vanuit Commercie, Retail, of operator in de rol van Klant van PostNL. |
| Debiteur | Degene die een financiële verplichting heeft ten opzichte van een ander. |
| Demand Forecast | Voorspelling van de per dag te verwerken logistieke items. Dit kan op landelijk, NLI of klant niveau. |
| Device | Hardware waar software op draait. |
| Diensten Locatie | De locatie waar logistieke diensten en erbij behorende handelingen worden verricht. |
| Digitale Identiteit | De gegevens in elektronische vorm die worden toegevoegd aan of op logische wijze verbonden met andere elektronische gegevens en fungeren als uniek kenmerk van de digitale identiteit van de persoon. |
| Digitale Workspace | Een Digital Workspace stelt gebruikers in staat om applicaties en data, altijd en overal, vanaf ieder gewenst apparaat, veilig te kunnen gebruiken. |
| Executieplan Operator | Executieplan Operator beschrijft alle uit te voeren activiteiten die nodig zijn voor het logistieke proces behorende bij een operator order. |
| Executieplan Regie | Executieplan beschrijft alle uit te voeren activiteiten die nodig zijn voor het logistieke proces behorende bij een verkoop of netwerkregie order (van ophalen tot bezorgen van het vervoersproduct). Is een aggregatie van operator orders gerelateerd aan dezelfde customer order. |
| Financiele Boeking | De registratie van een financieel feit. |
| Financiele Verplichting | De verplichting tot het betalen of ontvangen van geld. |
| Financiele Vordering | Geld dat betaald moet worden. |
| Formatie-plaats | Een clustering van taken en gelijke kenmerken met een benodigde arbeidscapaciteit en hiërarchische en procesmatige aansturing. |
| Functie | Het samenstel van werkzaamheden door de werknemer te verrichten krachtens en overeenkomstig hetgeen hem door de werkgever is opgedragen. |
| Gebouw | Een onroerend goed: grond inclusief panden (zaken) die duurzaam met de grond verenigd zijn. |
| Grootboek | Het grootboek is de verzameling van alle grootboekrekeningen waarin van elke grootboekrekening afzonderlijk een overzicht wordt bijgehouden van de wijzigingen die zich gedurende een bepaalde periode voordoen. |
| Incident | Een incident is een negatieve, onverwachte, en onvoorziene gebeurtenis: waardoor PostNL mogelijk schade heeft veroorzaakt en/of die (mogelijk) schade veroorzaakt. Een incident is vaak storend en zorgt voor overlast. |
| Inkoop Contract | De in de administratie van de opdrachtgever vastgelegde overeenkomst tussen de opdrachtgever en zijn dienstverlener voor de levering van producten of diensten tegen nader overeengekomen condities (tarieven, levertijden, betaaltermijnen etc). Kan zowel tussen PostNL en externe organisaties zijn als tussen bedrijfsonderdelen van PostNL. |
| Inkoop Factuur | Schriftelijke rekening of nota voor de afgenomen zaken of geleverde dienst. |
| Inkoop Order | Opdracht tot het kopen van producten, goederen, diensten. |
| Inkoop Product | Product als onderdeel van productcatalogus van externe leverancier. Synoniem = service. Verschillende verschijningsvormen: - Materiële goederen: potloden, bestelwagens, - Immateriële goederen; "service", bijvoorbeeld telcodiensten (bandbreedte), verzekeringen - Op maat gemaakt (software solutions) |
| IT Netwerk | De verzameling voorzieningen die nodig is voor het transport van digitale signalen die gegevens bevatten. Hieronder vallen alle fysieke en technische middelen die het (foto)elektrische signaal (als gegevensdrager), verplaatsen, verdelen en routeren. |
| IT Platform | Een IT omgeving waarop functionaliteit ontwikkelt kan worden, en kan bestaan uit meerdere onderdelen. |
| Jaarverslag | Een overzicht van wat er in het betreffende jaar in PostNL is gebeurd, al dan niet met een financiële verantwoording. |
| Ketenplan | De samengevoegde plannen van verschillende ketenonderdelen tot een gezamenlijk plan voor de gehele keten. Een ketenplan kan uit verschillende tijdshorizonnen bestaan (operationeel, tactisch, strategisch). |
| Kostenplaats | Onderdeel van een organisatie dat gebruikt wordt om kosten te verzamelen en van waaruit prestaties geleverd kunnen worden. |
| Leverancier | Een rechtspersoon die producten of diensten aan PostNL aanbiedt en/of daadwerkelijk levert. Varieert van leverancier van potloden, bureaus en stoelen, winterbanden, makelaars, reclamebureau, autoleasemaatschappij, verzekeringsmaatschappijen, banken etc. |
| Logistiek Contract | De in de administratie van de opdrachtgever (inkoop) resp. dienstverlener (verkoop) vastgelegde overeenkomst tussen de opdrachtgever en de dienstverlener voor de levering van producten of diensten tegen nader overeengekomen condities (tarieven, levertijden, betaaltermijnen etc). Kan zowel tussen PostNL en externe organisaties zijn als tussen bedrijfsonderdelen van PostNL. |
| Logistiek item | Is een goed in het kader van de AVG of een poststuk in het kader van de AVP. Voorbeelden hiervan zijn: brief, pakket, collo, pallet of rolcontainer. Een logistiek item bevat altijd een identificatie en een bezorgadres. Bevat een S10, 3S en/of commerciële barcode. |
| Logistieke Dienst | De logistieke dienst is de dienst die wordt aangeboden door de PostNL LSP. Bij elke logistieke dienst hoort een proces. Dit is het proces zoals dat door de LSP wordt uitgevoerd, onafhankelijk van de operator en operator diensten die er achter zitten. of: Een Logistieke Dienst is een bundeling van logistieke handelingen, die samen een proces vormen, en die leiden tot een logistiek resultaat (denk aan orderpicking, sortering, distributie). |
| Loongebouw | Een salarisstructuur, een samenhangend geheel van salarisbedragen dat in een bepaalde verhouding ( salarissschaal) de individuele beloning en de beloningsverhoudingen tussen functies en functionarissen regelt binnen een bedrijf. |
| Markt en regelgeving | De juridische kaders voor de activiteiten van PostNL gesteld door de Postwet, het Postbesluit en de Postregulering . |
| Medewerker | Een natuurlijk persoon die werkzaamheden verricht voor PostNL en daartoe vanuit PostNL individueel wordt aangestuurd. |
| Media | Een persoon of organisatie waaraan persberichten worden verspreid of die vertegenwoordigers van PostNL kan interviewen: journalisten, bloggers, influencers. |
| Observation | De waarneming van een gebeurtenis binnen een proces van de operator. Dit kan zijn een waarneming van een logistiek item maar ook bijv. starten of stoppen van een sorteermachine. Niet met iedere waarneming hoeft iets gedaan te worden. Maar indien wel, dan moet de waarneming beschreven zijn in de overeenkomst tussen opdrachtgever en logistieke dienstverlener. Dit schept een verplichting aan de logistieke dienstverlener om die informatie op te leveren. of: Een observatie die door een Operator wordt gedaan. Dit kan bijvoorbeeld zijn het scannen van een barcode of het maken van een foto of het wegen of meten van een zending. Dit kan de trigger zijn tot een andere logistieke handeling of proces of leiden tot informatievoorziening voor de eigen Operator of voor andere Operators of de klant of consument. |
| Operating Model | Een abstracte en visuele weergave van hoe de PostNL organisatie waarde levert aan haar klanten of begunstigden en zichzelf feitelijk bestuurt. |
| Operationeel Plan | De definitieve planning voor het uitvoeren van de ontvangen orders gebaseerd op het tactisch plan en de uiteindelijk binnengekomen orders. |
| Operator | Een operator is een uitvoerder van specifieke logistieke diensten, de operator diensten genaamd, in opdracht van eigen of externe Regie. |
| Operator Dienst | Logistieke dienst die wordt aangeboden en uitgevoerd door een specifieke Operator, volgens vastgestelde afspraken vanuit Regie. |
| Operator Netwerk | Het logistieke netwerk, bestaande uit knooppunten (diensten locaties) van één operator en de verbindende transportlijnen ertussen, gemodelleerd tot op een niveau nodig om de operaties van de operator en zijn onderaannemers te kunnen besturen. |
| Operator Order | Operator order is een opdracht aan de operator om activiteiten uit te voeren die onder het contract vallen. |
| Operator Proces | Alle handelingen die nodig zijn voor het organiseren, plannen, besturen en uitvoeren van de logistieke operator dienst. |
| Patent | Een vorm van intellectueel eigendom dat de eigenaar het wettelijke recht geeft om anderen uit te sluiten van het maken, gebruiken, verkopen en importeren van een uitvinding voor een beperkte periode van jaren, in ruil voor het publiceren van een openbaarmaking van de uitvinding. |
| Personeels Ontwikkeling | Het verbeteren van het functioneren door opleiding, training en begeleiding. |
| Portfolio | De portfolio stemt de bedrijfsstrategie af op de uitvoering van de portfolio niddel waardestromen. Door het leveren van basic budgettering en noodzakelijke governance-mechanismen, helpt het ervoor te zorgen dat de waardestromen zijn gericht op het realiseren van de juiste zaken tegen juiste niveau van investeringen in oplossingen zodat de portfolio zijn strategische doelstellingen kan bereiken. |
| PostNL group company | Iedere dochteronderneming, geassocieerde deelneming of joint venture waarin PostNL N.V., direct of indirect, een zeggenschapsbelang heeft en/of zeggenschap uitoefent. |
| Product & Tarief | De product- en dienstenportfolio en daaraan gekoppelde tarievenstructuur. |
| Profit Centre | Een profit center is een onderdeel van een organisatie. Het wordt voor rapportagedoeleinden gebruikt om kosten en opbrengsten naast elkaar te zetten. |
| Publiek belang | De belangen die de Nederlandse samenleving in het algemeen heeft in PostNL en die voortvloeien uit de maatschappelijke verantwoordelijkheid: - een monopolistisch bedrijf dat postdiensten levert - een substantiële speler op de Nederlandse pakketmarkt - milieu en sustainabilit |
| Retail Case | Een vraag, verzoek of klacht van een Retailer/ Partner. |
| Retail Contract | Contract tussen de Retail Partner en PostNL waarin de voorwaarden, recht en plichten worden beschreven van de diensten die de Retail Partner aan PostNL levert. |
| Retail Locatie | Locatie die beheerd wordt door een Retail Partner en waar een formule geëxploiteerd wordt. |
| Retail Partner | Natuurlijke persoon of rechtspersoon die wederpartij is met betrekking tot het Retail Contract |
| Risico | Een incident of gebeurtenis uit interne of externe bronnen die het behalen van doelstellingen beïnvloedt. Gebeurtenissen met een negatieve impact vertegenwoordigen risico's. |
| Stakeholder | Alle externe en interne stakeholders. Externe stakeholders zijn alle belanghebbenden van buitenaf, zoals leveranciers, klanten, crediteuren, concurrenten, business experts, systemen of de media. waarmee rekening gehouden dient te worden. Interne stakeholders zijn alle interne betrokkenen. |
| Strategie | De meerjarenaanpak door het management uitgewerkt om visie en missie te kunnen realiseren. |
| Supply Chain | De supply chain strekt zich uit van het bedrijf dat de ruwe input levert tot aan de uiteindelijke eindgebruiker van het product. Supply chain management betreft de stromen van informatie, services, goederen en geld door deze keten. |
| Supply Chain Netwerk | Het end-to-end logistieke netwerk, bestaande uit knooppunten (diensten locaties) van alle operators en de verbindende transportlijnen ertussen, gemodelleerd tot op een niveau nodig om Customer en Supply Chain processen te kunnen besturen. |
| Tactisch Plan | De planning voor het uitvoeren van orders, gebaseerd op historische data en het verwachte aantal orders. |
| Touchpoint | Touchpoint is de locatie (fysiek en/of virtueel) waar klant interactie kan plaatsvinden. |
| Trademark | Een handelsmerk is een woord, zin, symbool, logo of ontwerp, of een combinatie van woorden, zinnen, symbolen of ontwerpen, die goederen of diensten van de ene partij identificeert en ontmoedigt van die van andere. |
| Transport document | Document dat terzake van vervoer wordt opgemaakt door afzender dan wel vervoerder, met daarin minimaal: de ten vervoer ontvangen zaken, de plaats waar de vervoerder de zaken heeft ontvangen, de plaats waarheen ze vervoerd moeten worden, de geadresseerde, en de vracht. of: Informeren transporteur wat erin zit en voldoen aan alle wettelijke formaliteiten. |
| Vakantie & Verlof | Opbouwen en uitoefenen van het recht op afwezigheid ten opzichte van rooster op basis van wettelijke regels, eventueel aangevuld met rechten op basis van de CAO. |
| Vergunning | Toestemming tot het leveren van diensten, verkopen, handelen, bouwen, graven, schilderen etc. afgegeven door een bevoegde rechtspersoon. |
| Verkoop Factuur | Schriftelijke rekening of nota voor de geleverde zaken of verrichte dienst. |
| Verkoop kanaal | De weg; de route die PostNL volgt om producten en diensten aan te bieden aan klanten. |
| Verkoop Order | Een verkoop order is de acceptatie van de 'inkoop order' van de klant door commercie. |
| Verzekering | Bescherming tegen financieel verlies. Een vorm van risicobeheer, dat voornamelijk wordt gebruikt om het risico van een eventueel of onzeker verlies af te dekken. |
| Zakelijke klant | Een niet-natuurlijke persoon die producten of diensten afneemt van PostNL. |
| Ziekte & Herstel | Afwezigheid ten opzicht van het rooster ten gevolg van een oorzaak die gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft en alle activiteiten gericht op herstel. |