| Naam |
Beschrijving |
| Aandeelhouder |
Bezitter(s)
van aandelen, en daarmee gedeeltelijk eigenaar van de organisatie. |
| Aansprakelijkheidsstelling |
Verplichting
om de nadelige gevolgen van een gebeurtenis te dragen. |
| Afdeling |
Samenstelling
van formatieplaatsen met een bepaald business doel waar iemand
resultaatverantwoordelijk voor is. Een afdeling is opgebouwd uit
formatieplaatsen; een business unit/ bedrijfsonderdeel bestaat uit
afdelingen. |
| Applicatie |
Een
computerprogramma geschikt voor eindgebruikers en dat benaderd wordt door
digitale identiteiten. Soorten applicaties zijn: Business Applicatie,
Persoonlijke Applicatie, Kantoor Applicatie, Procesautomatisering,
Leveranciers Applicatie. |
| Arbeidsovereenkomst |
Overeenkomst
op grond waarvan een werknemer ten behoeve van de werkgever onder diens
leiding persoonlijk arbeid verricht en de werkgever de werknemer hiervoor
beloont. |
| Autorisatie |
De
binnen de applicatie aan een account toegekende rechten tot het gebruik van
applicatie functionaliteit en data van die applicatie. |
| Bank |
Financieel
instituut waarvan PostNL financiële diensten afneemt. |
| Bedrijf |
PostNL
Bedrijf; een zelfstandige juridische eenheid binnen het PostNL-concern. |
| Bedrijfs Locatie |
Een
fysieke locatie van PostNL in eigendom of gehuurd ten behoeve van gebruik.
Bedrijfslocatie: een fysieke afgebakende ruimte waar een of meer
bedrijfsprocessen kunnen plaatsvinden. De inrichting van de locatie is
meestal afgestemd op de bedrijfsprocessen. Het is mogelijk dat een locatie
zich bevindt in een andere locatie. |
| Bedrijfs middel |
Fysiek
middel dat wordt gebruikt voor de uitvoering van verschillende
bedrijfsprocessen. Bijvoorbeeld: sorteermachine, rolcontainer, fiets,
vrachtwagen, handterminal. |
| Belasting vordering |
Heffing
van overheidswegen op ingezetenen om te voorzien de kosten van openbare
voorzieningen en het bestuur. |
| Betaling |
Financiele
transactie |
| Beveiliging |
Beveiligingsmaatregelen,
autorisatie en controle van de toegang tot digitale en fysieke middelen (ook
panden) van PostNL en die gebruikt worden voor uitvoering van de
bedrijfsprocessen van PostNL. |
| Bezit |
Een
item, ding of entiteit die potentiële of actuele waarde heeft voor een
organisatie. |
| Business Platform |
Een
digitaal gedreven organisatiemodel (eco-systeem) dat gebruik maakt van
gestandaardiseerde organisatiebouwstenen: technologie, infrastructuur,
communicatie, werkafspraken, standaarden, protocollen, etc. |
| Capaciteit |
Het
beschikbare vermogen van middelen en mensen die te benutten zijn voor
logistieke diensten, uitgedrukt per tijdseenheid, in aantallen. |
| Case |
Een
vraag, verzoek of klacht van een klant. |
| Cloud |
De
combinatie van een applicatie hosting omgeving of platform en een inricht- en
beheerpartij. Voorbeelden Sogeti@AWS, Deloitte@SalesForce, PostNL@AWS. |
| Commercieel Contract |
De
in de (commerciële) administratie van de opdrachtgever (inkoop) resp.
dienstverlener (verkoop) vastgelegde overeenkomst tussen de opdrachtgever en
de dienstverlener voor de levering van commerciële producten of diensten
tegen nader overeengekomen condities (tarieven, levertijden, betaaltermijnen
etc). Kan zowel tussen PostNL en externe organisaties zijn als tussen
bedrijfsonderdelen van PostNL. |
| Commercieel Product |
Het
geheel van goederen, diensten, productlijnen/ groepen en merken dat PostNL
aanbiedt op de markt om te voorzien in een specifieke behoefte. Een
individueel product bestaat uit de kleinste losse eenheid die geprijsd kan
worden, eventueel aan te vullen met extra diensten. |
| Communicatie kanaal |
De
middelen en routes die voor klanten beschikbaar zijn voor communicatie met
PostNL. |
| Consolidatie &
Rapportage structuur |
De
structuur van samenvoeging van de administratie van verschillende bedrijven
en de bijbehorende rapportage. |
| Consument |
Een
natuurlijke persoon die goederen of diensten van PostNL consumeert voor
doeleinden die buiten zijn bedrijfs- of beroepsactiviteit vallen |
| Crediteur |
Een
business partner (leverancier) of persoon aan wie moet worden betaald voor
het leveren van een goed of een dienst. |
| Customer Order |
Customer
order is een opdracht aan Logistieke Regie om activiteiten uit te voeren die
onder het contract vallen (in administratie van Commercie en NetwerkRegie).
De opdracht komt van een Klant en is aan PostNL. Of komt vanuit Commercie,
Retail, of operator in de rol van Klant van PostNL. |
| Debiteur |
Degene
die een financiële verplichting heeft ten opzichte van een ander. |
| Demand Forecast |
Voorspelling
van de per dag te verwerken logistieke items. Dit kan op landelijk, NLI of
klant niveau. |
| Device |
Hardware
waar software op draait. |
| Diensten Locatie |
De
locatie waar logistieke diensten en erbij behorende handelingen worden
verricht. |
| Digitale Identiteit |
De
gegevens in elektronische vorm die worden toegevoegd aan of op logische wijze
verbonden met andere elektronische gegevens en fungeren als uniek kenmerk van
de digitale identiteit van de persoon. |
| Digitale Workspace |
Een
Digital Workspace stelt gebruikers in staat om applicaties en data, altijd en
overal, vanaf ieder gewenst apparaat, veilig te kunnen gebruiken. |
| Executieplan Operator |
Executieplan
Operator beschrijft alle uit te voeren activiteiten die nodig zijn voor het
logistieke proces behorende bij een operator order. |
| Executieplan Regie |
Executieplan
beschrijft alle uit te voeren activiteiten die nodig zijn voor het logistieke
proces behorende bij een verkoop of netwerkregie order (van ophalen tot
bezorgen van het vervoersproduct). Is
een aggregatie van operator orders gerelateerd aan dezelfde customer order. |
| Financiele Boeking |
De
registratie van een financieel feit. |
| Financiele Verplichting |
De
verplichting tot het betalen of ontvangen van geld. |
| Financiele Vordering |
Geld
dat betaald moet worden. |
| Formatie-plaats |
Een
clustering van taken en gelijke kenmerken met een benodigde arbeidscapaciteit
en hiërarchische en procesmatige aansturing. |
| Functie |
Het
samenstel van werkzaamheden door de werknemer te verrichten krachtens en
overeenkomstig hetgeen hem door de werkgever is opgedragen. |
| Gebouw |
Een
onroerend goed: grond inclusief panden (zaken) die duurzaam met de grond
verenigd zijn. |
| Grootboek |
Het
grootboek is de verzameling van alle grootboekrekeningen waarin van elke
grootboekrekening afzonderlijk een overzicht wordt bijgehouden van de
wijzigingen die zich gedurende een bepaalde periode voordoen. |
| Incident |
Een
incident is een negatieve, onverwachte, en onvoorziene gebeurtenis: waardoor
PostNL mogelijk schade heeft veroorzaakt en/of die (mogelijk) schade
veroorzaakt. Een incident is vaak storend en zorgt voor overlast. |
| Inkoop Contract |
De
in de administratie van de opdrachtgever vastgelegde overeenkomst tussen de
opdrachtgever en zijn dienstverlener voor de levering van producten of
diensten tegen nader overeengekomen condities (tarieven, levertijden,
betaaltermijnen etc). Kan zowel tussen PostNL en externe organisaties zijn
als tussen bedrijfsonderdelen van PostNL. |
| Inkoop Factuur |
Schriftelijke
rekening of nota voor de afgenomen zaken of geleverde dienst. |
| Inkoop Order |
Opdracht
tot het kopen van producten, goederen, diensten. |
| Inkoop Product |
Product
als onderdeel van productcatalogus van externe leverancier. Synoniem =
service. Verschillende verschijningsvormen: - Materiële goederen: potloden,
bestelwagens, - Immateriële goederen;
"service", bijvoorbeeld telcodiensten (bandbreedte), verzekeringen
- Op maat gemaakt (software solutions) |
| IT Netwerk |
De
verzameling voorzieningen die nodig is voor het transport van digitale
signalen die gegevens bevatten. Hieronder vallen alle fysieke en technische
middelen die het (foto)elektrische signaal (als gegevensdrager), verplaatsen,
verdelen en routeren. |
| IT Platform |
Een
IT omgeving waarop functionaliteit ontwikkelt kan worden, en kan bestaan uit
meerdere onderdelen. |
| Jaarverslag |
Een
overzicht van wat er in het betreffende jaar in PostNL is gebeurd, al dan
niet met een financiële verantwoording. |
| Ketenplan |
De
samengevoegde plannen van verschillende ketenonderdelen tot een gezamenlijk
plan voor de gehele keten. Een ketenplan kan uit verschillende
tijdshorizonnen bestaan (operationeel, tactisch, strategisch). |
| Kostenplaats |
Onderdeel
van een organisatie dat gebruikt wordt om kosten te verzamelen en van waaruit
prestaties geleverd kunnen worden. |
| Leverancier |
Een
rechtspersoon die producten of diensten aan PostNL aanbiedt en/of
daadwerkelijk levert. Varieert van leverancier van potloden, bureaus en
stoelen, winterbanden, makelaars, reclamebureau, autoleasemaatschappij,
verzekeringsmaatschappijen, banken etc. |
| Logistiek Contract |
De
in de administratie van de opdrachtgever (inkoop) resp. dienstverlener
(verkoop) vastgelegde overeenkomst tussen de opdrachtgever en de
dienstverlener voor de levering van producten of diensten tegen nader
overeengekomen condities (tarieven, levertijden, betaaltermijnen etc). Kan
zowel tussen PostNL en externe organisaties zijn als tussen
bedrijfsonderdelen van PostNL. |
| Logistiek item |
Is
een goed in het kader van de AVG of een poststuk in het kader van de AVP.
Voorbeelden hiervan zijn: brief, pakket, collo, pallet of rolcontainer. Een
logistiek item bevat altijd een identificatie en een bezorgadres. Bevat een
S10, 3S en/of commerciële barcode. |
| Logistieke Dienst |
De
logistieke dienst is de dienst die wordt aangeboden door de PostNL LSP. Bij
elke logistieke dienst hoort een proces. Dit is het proces zoals dat door de
LSP wordt uitgevoerd, onafhankelijk van de operator en operator diensten die
er achter zitten. of: Een Logistieke
Dienst is een bundeling van logistieke handelingen, die samen een proces
vormen, en die leiden tot een logistiek resultaat (denk aan orderpicking,
sortering, distributie). |
| Loongebouw |
Een
salarisstructuur, een samenhangend geheel van salarisbedragen dat in een
bepaalde verhouding ( salarissschaal) de individuele beloning en de
beloningsverhoudingen tussen functies en functionarissen regelt binnen een
bedrijf. |
| Markt en regelgeving |
De
juridische kaders voor de activiteiten van PostNL gesteld door de Postwet,
het Postbesluit en de Postregulering . |
| Medewerker |
Een
natuurlijk persoon die werkzaamheden verricht voor PostNL en daartoe vanuit
PostNL individueel wordt aangestuurd. |
| Media |
Een
persoon of organisatie waaraan persberichten worden verspreid of die
vertegenwoordigers van PostNL kan interviewen: journalisten, bloggers,
influencers. |
| Observation |
De
waarneming van een gebeurtenis binnen een proces van de operator. Dit kan
zijn een waarneming van een logistiek item maar ook bijv. starten of stoppen
van een sorteermachine. Niet met
iedere waarneming hoeft iets gedaan te worden. Maar indien wel, dan moet de
waarneming beschreven zijn in de overeenkomst tussen opdrachtgever en
logistieke dienstverlener. Dit schept een verplichting aan de logistieke
dienstverlener om die informatie op te leveren. of: Een observatie die door een Operator
wordt gedaan. Dit kan bijvoorbeeld zijn het scannen van een barcode of het
maken van een foto of het wegen of meten van een zending. Dit kan de trigger
zijn tot een andere logistieke handeling of proces of leiden tot
informatievoorziening voor de eigen Operator of voor andere Operators of de
klant of consument. |
| Operating Model |
Een
abstracte en visuele weergave van hoe de PostNL organisatie waarde levert aan
haar klanten of begunstigden en
zichzelf feitelijk bestuurt. |
| Operationeel Plan |
De
definitieve planning voor het uitvoeren van de ontvangen orders gebaseerd op
het tactisch plan en de uiteindelijk binnengekomen orders. |
| Operator |
Een
operator is een uitvoerder van specifieke logistieke diensten, de operator
diensten genaamd, in opdracht van eigen of externe Regie. |
| Operator Dienst |
Logistieke
dienst die wordt aangeboden en uitgevoerd door een specifieke Operator,
volgens vastgestelde afspraken vanuit Regie. |
| Operator Netwerk |
Het
logistieke netwerk, bestaande uit knooppunten (diensten locaties) van één
operator en de verbindende transportlijnen ertussen, gemodelleerd tot op een
niveau nodig om de operaties van de operator en zijn onderaannemers te kunnen
besturen. |
| Operator Order |
Operator
order is een opdracht aan de operator om activiteiten uit te voeren die onder
het contract vallen. |
| Operator Proces |
Alle
handelingen die nodig zijn voor het organiseren, plannen, besturen en
uitvoeren van de logistieke operator dienst. |
| Patent |
Een
vorm van intellectueel eigendom dat de eigenaar het wettelijke recht geeft om
anderen uit te sluiten van het maken, gebruiken, verkopen en importeren van
een uitvinding voor een beperkte periode van jaren, in ruil voor het
publiceren van een openbaarmaking van de uitvinding. |
| Personeels Ontwikkeling |
Het
verbeteren van het functioneren door opleiding, training en begeleiding. |
| Portfolio |
De
portfolio stemt de bedrijfsstrategie af op de uitvoering van de portfolio
niddel waardestromen. Door het leveren van basic budgettering en
noodzakelijke governance-mechanismen, helpt het ervoor te zorgen dat de
waardestromen zijn gericht op het realiseren van de juiste zaken tegen juiste
niveau van investeringen in oplossingen zodat de portfolio zijn strategische
doelstellingen kan bereiken. |
| PostNL group company |
Iedere
dochteronderneming, geassocieerde deelneming of joint venture waarin PostNL
N.V., direct of indirect, een zeggenschapsbelang heeft en/of zeggenschap
uitoefent. |
|
|
| Product & Tarief |
De
product- en dienstenportfolio en daaraan gekoppelde tarievenstructuur. |
| Profit Centre |
Een
profit center is een onderdeel van een organisatie. Het wordt voor
rapportagedoeleinden gebruikt om kosten en opbrengsten naast elkaar te
zetten. |
| Publiek belang |
De
belangen die de Nederlandse samenleving in het algemeen heeft in PostNL en
die voortvloeien uit de maatschappelijke verantwoordelijkheid: - een
monopolistisch bedrijf dat postdiensten levert - een substantiële speler op de Nederlandse
pakketmarkt - milieu en sustainabilit |
| Retail Case |
Een
vraag, verzoek of klacht van een Retailer/ Partner. |
| Retail Contract |
Contract
tussen de Retail Partner en PostNL waarin de voorwaarden, recht en plichten
worden beschreven van de diensten die de Retail Partner aan PostNL levert. |
| Retail Locatie |
Locatie
die beheerd wordt door een Retail Partner en waar een formule geëxploiteerd
wordt. |
| Retail Partner |
Natuurlijke
persoon of rechtspersoon die wederpartij is met betrekking tot het Retail
Contract |
| Risico |
Een
incident of gebeurtenis uit interne of externe bronnen die het behalen van
doelstellingen beïnvloedt. Gebeurtenissen met een negatieve impact
vertegenwoordigen risico's. |
| Stakeholder |
Alle
externe en interne stakeholders. Externe stakeholders zijn alle
belanghebbenden van buitenaf, zoals leveranciers, klanten, crediteuren,
concurrenten, business experts, systemen of de media. waarmee rekening
gehouden dient te worden. Interne stakeholders zijn alle interne betrokkenen. |
| Strategie |
De
meerjarenaanpak door het management uitgewerkt om visie en missie te kunnen
realiseren. |
| Supply Chain |
De
supply chain strekt zich uit van het bedrijf dat de ruwe input levert tot aan
de uiteindelijke eindgebruiker van het product. Supply chain management
betreft de stromen van informatie, services, goederen en geld door deze
keten. |
| Supply Chain Netwerk |
Het
end-to-end logistieke netwerk, bestaande uit knooppunten (diensten locaties)
van alle operators en de verbindende transportlijnen ertussen, gemodelleerd
tot op een niveau nodig om Customer en Supply Chain processen te kunnen
besturen. |
| Tactisch Plan |
De
planning voor het uitvoeren van orders, gebaseerd op historische data en het
verwachte aantal orders. |
| Touchpoint |
Touchpoint
is de locatie (fysiek en/of virtueel) waar klant interactie kan plaatsvinden. |
| Trademark |
Een
handelsmerk is een woord, zin, symbool, logo of ontwerp, of een combinatie
van woorden, zinnen, symbolen of ontwerpen, die goederen of diensten van de
ene partij identificeert en ontmoedigt van die van andere. |
| Transport document |
Document
dat terzake van vervoer wordt opgemaakt door afzender dan wel vervoerder, met
daarin minimaal: de ten vervoer ontvangen zaken, de plaats waar de vervoerder
de zaken heeft ontvangen, de plaats waarheen ze vervoerd moeten worden, de
geadresseerde, en de vracht. of: Informeren transporteur wat erin zit en
voldoen aan alle wettelijke formaliteiten. |
| Vakantie & Verlof |
Opbouwen
en uitoefenen van het recht op afwezigheid ten opzichte van rooster op basis
van wettelijke regels, eventueel aangevuld met rechten op basis van de CAO. |
| Vergunning |
Toestemming
tot het leveren van diensten, verkopen, handelen, bouwen, graven, schilderen
etc. afgegeven door een bevoegde rechtspersoon. |
| Verkoop Factuur |
Schriftelijke
rekening of nota voor de geleverde zaken of verrichte dienst. |
| Verkoop kanaal |
De
weg; de route die PostNL volgt om producten en diensten aan te bieden aan
klanten. |
| Verkoop Order |
Een
verkoop order is de acceptatie van de 'inkoop order' van de klant door
commercie. |
| Verzekering |
Bescherming
tegen financieel verlies. Een vorm van risicobeheer, dat voornamelijk wordt
gebruikt om het risico van een eventueel of onzeker verlies af te dekken. |
| Zakelijke klant |
Een
niet-natuurlijke persoon die producten of diensten afneemt van PostNL. |
| Ziekte & Herstel |
Afwezigheid
ten opzicht van het rooster ten gevolg van een oorzaak die gehele of
gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid tot gevolg heeft en alle activiteiten
gericht op herstel. |