| Naam |
Beschrijving |
| Adres |
De
aanduiding van een bepaalde locatie, doorgaans van een huis, woning, gebouw
of faciliteit, op de aarde. |
| Bedrijfsmiddel |
Middel
dat wordt gebruikt voor de uitvoering van verschillende bedrijfsprocessen.
Bijvoorbeeld: sorteermachine, rolcontainer, fiets, vrachtwagen, handterminal. |
| Bestuurder |
De
bestuurder van een auto. |
| Bestuurder PostNL |
Een
chauffeur die als medewerker in dienst is van PostNL. |
| Distributie plan |
|
| Distributiesorteerplan |
Een
plan op depotniveau voor een specifieke dag voor het uitrijden van de
zendingen in het eigen verzorgingsgebied. |
| Dock |
Een
plek waar voertuigen op een locatie tegen een opening in het gebouw aan
geplaatst kunnen worden t.b.v. het lossen of laden van logistieke items. |
| Forecast ochtend |
Voorspelling
van de per dag te verwerken logistieke items ten behoeve van
distributiesortering. |
| Goot |
Plek
bij de sorteermachine die functioneert als opvang en afvoer van poststukken. |
| Logistiek item |
Is
een goed in het kader van de AVG of een poststuk in het kader van de AVP.
Voorbeelden hiervan zijn: brief, pakket, collo, pallet of rolcontainer. Een
logistiek item bevat altijd een identificatie en een bezorgadres. |
| NLI / NLI+ (depot) |
Depot,
ingericht volgens de Nieuwe Logistieke Infrastructuur. Het is een plaats waar
poststukken naartoe worden gebracht, gesorteerd, bewaard en van waaruit
distributie plaatsvindt. |
| Operator Dienst/ Proces/ Event |
Samengestelde
entiteit die aangeeft dat een 1 of meerdere Operator Events de trigger is
voor het uitvoeren van een Operator Proces. En dat 1 of meerdere Operator
Proces een Operator Dienst waarmaken. |
| Operator Handeling |
Fysieke
handeling ter realisatie van het operator proces. |
| Operator Observation |
Een
observatie die door een Operator wordt gedaan. Dit kan bijvoorbeeld zijn het
scannen van een barcode of het maken van een foto of het wegen of meten van
een zending. Dit kan de trigger zijn tot een andere logistieke handeling of
proces of leiden tot informatievoorziening voor de eigen Operator of voor
andere Operators of de klant of consument. |
| Operator Order |
Een
opdracht aan de operator om activiteiten uit te voeren die onder het contract
vallen. |
| Pakket en Brief Automaat (PBA) |
De
pakket- en briefautomaat van PostNL bevat een brievenbus met twee openingen
en pakketkluisjes in verschillende formaten voor pakketten. De pakketautomaat
is bestemd om pakketten te versturen en te ontvangen en tegelijkertijd is het
een brievenbus. |
| Rit |
Alle
adressen waar door 1 medewerker of subco op een specifieke dag logistieke
items bezorgd worden. |
| Rolcontainer |
Verrijdbaar
rek/ kooi waar goederen in geplaatst worden. Rolcontainers worden vaak
uitgerust met rolcontainer kaarten die het mogelijk maken om de
eindbestemming van de rolcontainer te identificeren. |
| Shift |
Verzameling
van ritten op een depot die tegelijkertijd worden gesorteerd in de ochtend,
vanaf specifieke tijdstippen. |
| Sorteer Identificatie |
Codering
om te kunnen sorteren. Wordt aan een logistiek item gehangen. |
| Stop |
Een
stop is een adres waar een PNP bezorger één of meerdere logistieke items komt
bezorgen. |
| Subco |
|
| Tijdvak Indicatie |
Het
tijdstip waarop de stop plaatsvindt/ verwacht plaats te vinden. |
| Vervoermiddel |
Een
voertuig dat geschikt is voor het vervoeren van goederen en/of mensen. |
| Vervoermiddel PostNL |
Vervoermiddel
in eigendom van PostNL. |
| Vervoermiddel Subco |
Vervoermiddel
in eigendom van de Subcontractor. |
| Verzorgingsgebied |
Het
gebied waarvoor het betreffende depot distributie uitrijdt. |